Aan de binnenkant

21-03 08

De verveling komt al maanden bijna uit mijn oren.
Ik wil hier weg.
Vandaag nog.

Ik struin het internet af naar leuke banen en roep tegen iedereen die het maar wil horen dat ik op zoek ben naar ander werk. Iedereen, behalve de mensen op mijn werk.

Het zijn de laatste maanden van 2007 en tussen de regels door heb ik al lang gelezen dat iemand weg moet.
Ik solliciteer bij een reclamebureau in Amsterdam en zowel hij als ik is wild enthousiast. Als enige van alle sollicitanten mag ik een proefmiddag komen doen.

Als alles gaat zoals ik wil kan ik voor 1 december 2007 opzeggen. Dan maak ik het jaar af, ga ik januari naar Down Under en start ik 1 februari met mijn nieuwe baan.
Het mag niet zo zijn... Zo dichtbij en toch zo niet.

Ik vraag acuut vrij voor mijn vakantie, maak het jaar af en zit alsnog heel januari Down Under.

Als ik na mijn vakantie binnen kom blijken er een hele hoop dingen besproken waar ik niets van weet, maar wel aan zag komen.
Ik voel me heerlijk na mijn vakantie en Ssssssjef krijgt me daar niet uit. Hij heeft het over overplaatsing naar Alphen aan de Rijn waar ik helemaal niets voor voel. Ik zet mn masker op en doe alsof ik er voor open sta. Mocht ik niets anders vinden, zo snel, dan heb ik in ieder geval mijn vaste baan nog. Dan zoek in vanaf daar wel verder.

Die zelfde maandag avond wordt ik gebeld door een goede vriend. Via via kan ik voorgesteld worden aan een reclamebureau in Uithoorn.
Ik bel ze, stuur mijn cv en zoek uit wie ze zijn en wat ze doen. Ook gooi ik nog 3 brieven over de mail.
Het liefst vertel ik morgen al dat ik ontslag neem.

Woudenberg is saai werk en totaal niet creatief maar het geeft niet. De dames zijn aardig en ik heb uren (betaald) de tijd om smoezen en plannen te bedenken.
Alphen was zoals ik van tevoren al dacht verschrikkelijk niet voor mij. Een enorme stap terug. Nooit. Nooit. NOOIT!

Ik mag langs komen in Amsterdam en Uithoorn, en vooral Uithoorn gaat super. Zo goed, dat ik vrijdag 23 februari een proefmiddag mag komen doen. En ook die gaat geweldig.
In twee en een half uur plak ik in elkaar wat volgens hun
'een voorstudie zou kunnen zijn van wat het uiteindelijk geworden is'.
Dit kan bijna niet missen! Dit moet het zijn... dat kan niet anders...

Maandag 25 februari ben ik voor het laatst in Woudenberg en ga vroeg naar huis. In de auto wordt ik gebeld. Uithoorn.
De zenuwen gieren door mijn lijf... dit MOET het zijn!
Als ik dit niet word ga ik bij de McDonald's werken, dan weet ik het niet meer..
Het verlossende woord komt.

Ik ben aangenomen!!!
1 April ga ik starten met mijn nieuwe baan!

Dinsdag 26 februari stap ik inwendig overmatig vrolijk de afdeling op. Niets krijgt me van mijn stuk. Mijn bureau, dat niet meer mijn bureau is, interesseert me weinig. Ik ben er boos om, uiteraard, maar morgen ga ik ze toch vertellen dat ik ontslag neem. Ze doen hun best maar!

Opgetogen rij ik rustig naar Alkmaar en hoor ondertussen dat het getekende contract in de bus ligt. Alles is rond, Alice heeft een nieuwe baan!!!

In Alkmaar gaat (met hulp) het lichtje aan en besluit ik niet om op te zeggen, maar te kijken of ik geld kan slepen uit de hufterige behandeling die ik gehad heb. Als het niet lukt zeg ik vrijdag alsnog op. Ik bel Ssssssssjef en regel een afspraak voor de volgende ochtend.
's Avonds schrijf ik mijn betoog uit en oefen op de mama, het zusje en de kat, maak een puntenlijstje en kan niet wachten op de ochtend.

Een lichte zenuw borrelt in mijn buik en druk hem weg. Ik heb de beste uitgangspositie die er is!
Mijn betoog is helder, duidelijk en scherp en hij kan niets anders dan me op ieder punt gelijk geven.
Zo had het nooit gemogen.
Binnen anderhalf uur heb ik akkoord.

Ik spring inwendig een gat in de lucht. Mijn gezicht vertoont opluchting, maar die mag. Ik ben tenslotte slecht behandeld en krijg wat me toekomt.
Collega's maken zich druk, wat nou als je in die drie maanden niets vind? Met een stalen gezicht zeg ik dat het vast allemaal wel goed komt.

Hij denk gemakkelijk van me af gekomen te zijn. Het kost hem weliswaar drie maanden, maar hij is mooi van me af. Hij probeert niet te laten zien dat hij zeer tevreden is met deze situatie maar het straalt van hem af.
Dat heeft hij weer goed geregeld. En hij hoefde er helemaal niets voor te doen. Hij heeft duidelijk de beste deal.
Ik grinnik. Hij moest eens weten!

Vrijdag heb ik een laatste gesprek met collega Ed. Gespannen zit hij tegenover me als ik mijn verhaal begin en zijn gezicht is goud waard op het moment dat ik vertel dat ik afgelopen maandag al te horen heb gekregen dat ik aangenomen ben.
Ik vertel hem alles, de hoe, de waar en vooral de waarom en de opluchting straalt van hem af.
Hij dacht al dat ik gek geworden was, zoals ik overal op reageerde. Zo weinig reactie, zulke onlogische reacties.
Zo niet Alice!
Ik zag mezelf groeien in zijn waardering.

Hij is de enige die het weet, de enige waarbij ik moeite had mijn masker op te houden en eindelijk mocht het af.
Alleen voor hem. De rest weet (nog) van niets.

Ik ben vrij. Letterlijk.
Een hele maand voor mezelf.
Betaald en wel.
En 1 April begin ik bij mijn vele vele véle malen leukere baan. Heerlijk!

 

(lees vooral ook aan de buitenkant)

 

 

 

Aan de buitenkant

19-03 08

In de waas van de vakantie stap in maandag 28 januari de afdeling op. Mijn lijf is weer in Nederland, maar mijn hoofd is nog aan de andere kant van de wereld. Ik vertel over Down Under, en de eerste foto's vullen mijn beeldscherm als de chef me roept.

Met één woord haalt hij me uit mijn vakantie roes. Overplaatsing.
Nou was het al duidelijk dat ik niet meer op mijn plek zat, dat ik hier uitgegroeid was en de automatische piloot het over genomen had. Dat er te weinig werk was en er iemand weg moest.
Ik dus.

Hij oppert een locatie in Alphen aan de Rijn waar ik mijn eigen tent van zou kunnen maken en ondanks de schok vind ik het niet een slecht idee. Ik zit hier vastgeroest.

Ondertussen zit locatie Woudenberg enorm omhoog door ziekte en wil hij graag dat ik daar naartoe ga. Ik stem toe, op voorwaarde dat ik voor mijn reistijd vrije uren terug krijg, plus de normale kilometervergoeding.
Woudenberg is simpel en totaal niet creatief, maar ik heb een ander behangetje en dat is prettig.
De reistijd is weliswaar lang, maar de radio staat hard, en het is tenslotte tijdelijk.

Ook Alphen aan de Rijn bezoek ik tussendoor, om te kijken wat ik er van vind en wat zij van mij vinden.
Ik probeer te doen alsof het me wat lijkt, maar het staat in neonletters boven mijn hoofd.
Dit is het niet.
Op papier is het best aardig, maar eigenlijk pas over een stevig half jaar. Tot die tijd willen ze dat ik mijn tijd vul met het sorteren van de post.
Want daar heb ik natuurlijk een grafische opleiding voor gehad, om post uit te zoeken!

Dinsdag 26 februari stap ik vol goede moed weer de afdeling op. Woudenberg is klaar en ik wil weer aan de slag op mijn oude plekkie. Vastgeroest of niet, dit is vele malen beter dan Alphen.

Met mijn jas nog aan loop ik naar mijn bureau om mijn tas daar neer te zetten en begroet mijn collega die op mijn stoel zit. Zonder me aan te kijken en met paniek in haar stem zegt ze dat Chef me eerst wil spreken en mijn blik gaat over de plek waar ik 2 jaar heb gezeten.

Hoewel, als je er naar kijkt ziet het er uit alsof ik er nooit gezeten heb... Al mijn spullen zijn weg.
De hele boel is omgegooid en al haar prummels vullen MIJN bureau. Ik ben met stomheid geslagen en slik mijn vuile woorden in.
Niet nu, wees verstandig, niet nu.

Chef roept me bij me en legt de situatie uit. Hij stuurt me naar Alkmaar en 'we hebben het er nog over'.
's Middags bel ik hem voor een afspraak voor de volgende ochtend.

Die woensdag doe ik hem een voorstel.
Drie maanden geld en hij is voor het einde van de maand, de opvolgende vrijdag, van me af.
Binnen anderhalf uur heb ik accoord.

Vrijdag 29 februari is mijn laatste officiële werkdag, die ik vul met gedag zeggen en een zeer prettig gesprek met collega Ed.

Ik ben vrij. Letterlijk.
Heerlijk!